Title: Analyse van Arie betreffende bezuinigingen in relatie tot internationale verdragen
DocumentOnderTitel:
DocumentDatum: 29-05-2026
DocumentPDF:
DocumentDossier: Dagloon en ILO 121 Verdrag
DocumentBron:
DocumentAuteur:
DocumentAfbeelding:
DocumentToelichting:

Een paar punten springen er inhoudelijk sterk uit:

1. Premiegefinancierde aanspraken
Het zwaarste punt lijkt inderdaad te liggen bij het karakter van de WIA als premie-gefinancierde verzekering. Zowel onder ILO-normen als onder het eigendomsbegrip van European Court of Human Rights (P1-A1 EVRM) wordt een langdurig opgebouwde sociale verzekeringsaanspraak sterker beschermd dan een zuivere bijstandsvoorziening.
2. Standstill / non-regressie
De combinatie van:
* ILO 102,
* ILO 128,
* European Committee of Social Rights via ESH art. 12,
* IVESCR art. 9,
* en CRPD art. 28
creëert een cumulatief argument dat eenmaal bereikte sociale beschermingsniveaus niet zomaar structureel mogen worden afgebroken zonder zeer zware rechtvaardiging.
3. CRPD is waarschijnlijk onderschat in Nederland
Vooral art. 4 lid 3 CRPD (“nauw overleg met personen met een handicap”) kan procedureel relevant worden. Dat argument wordt in Nederlandse sociale zekerheidszaken nog relatief weinig diep uitgewerkt, terwijl het internationaal juist steeds belangrijker wordt.
4. Eigendomskarakter
Het argument onder:
* EVRM P1-A1,
* en Court of Justice of the European Union / EU-Handvest art. 17
wordt sterker wanneer:
* langdurige premiebetaling,
* duurzaamheid van de uitkering,
* ontbreken van herstelcapaciteit,
* en gerechtvaardigd vertrouwen
centraal worden gezet.
5. Legitiem doel
Dat lijkt inderdaad de zwakste plek voor de Staat indien de korting primair begrotingsmatig wordt gepresenteerd terwijl financiering via het Aof loopt. Dan ontstaat de vraag:
* welk concreet algemeen belang precies wordt beschermd,
* waarom juist volledig en duurzaam arbeidsongeschikten worden geraakt,
* en waarom geen minder ingrijpende alternatieven bestaan.
6. Individuele versus generieke toets
Een belangrijk praktisch punt is dat internationale rechtspraak vaak gevoeliger is voor:
* ontbreken van individuele proportionaliteitstoets,
* ontbreken van overgangsrecht,
* en structurele bestaansonzekerheid.
Dat kan ertoe leiden dat zelfs als de wet formeel overeind blijft, individuele buiten-toepassing toch mogelijk wordt bepleit.

De formulering:

“primair wegens ontbreken van legitiem doel, subsidiair wegens ontbreken van reële aanpassingsmogelijkheden”

is processtrategisch slim, omdat je daarmee zowel:

* de rechtvaardigingsgrond,
* als de proportionaliteit,

aanvalt.

Ook verstandig is dat onderscheid tussen:

* “onverbindendheid”,
* en “buiten toepassing laten”.

Nederlandse rechters zijn vaak terughoudend met onverbindend verklaren van wetgeving in formele zin, maar individuele buiten-toepassing op basis van verdragsrecht ligt juridisch iets toegankelijker.

De combinatie van:

* premiegefinancierde rechten,
* duurzame arbeidsongeschiktheid,
* eigendomsbescherming,
* non-regressie,
* en handicapendiscriminatie,

maakt dit juridisch aanzienlijk sterker dan een gewone sociale-zekerheidsbezuiniging.

DocumentToelichtingAuteur: Arie
DocumentToelichtingBron:
DocumentRelatie: